Wie zich eenzaam voelt, moet meer mensen ontmoeten. Het klinkt logisch. Organiseer een activiteit, breng mensen bij elkaar, zorg voor een kop koffie en een goed gesprek en de eerste stap is gezet.
Maar is ontmoeting ook genoeg?
Wie langer stilstaat bij eenzaamheid, ontdekt al snel dat het probleem veel dieper kan liggen. Je kunt iedere week deelnemen aan een activiteit en je toch eenzaam voelen. Je kunt collega's hebben, familie spreken, honderden contacten op sociale media hebben en toch het gevoel ervaren dat niemand je werkelijk kent.
Misschien moeten we daarom niet alleen praten over het bestrijden van eenzaamheid. Misschien moeten we veel vaker praten over sociale gezondheid.
Wat bedoelen we met sociale gezondheid?
Sociale gezondheid gaat niet simpelweg over hoeveel mensen iemand kent of hoe vaak iemand de deur uitgaat. Het gaat over de manier waarop iemand zich tot andere mensen en de samenleving verhoudt.
Voel ik dat ik ergens bij hoor?
Zijn er mensen bij wie ik mezelf kan zijn?
Heb ik iemand die ik kan bellen wanneer het tegenzit?
Word ik gezien en gehoord?
Kan ik relaties aangaan én onderhouden?
En misschien minstens zo belangrijk: kan ik zelf iets voor een ander betekenen?
Dat laatste wordt gemakkelijk vergeten. Mensen hebben niet alleen behoefte aan hulp, aandacht en gezelschap. We willen ook nodig zijn. Iets bijdragen. Ergens verantwoordelijkheid voor dragen. Weten dat onze aanwezigheid verschil maakt.
Ook in de wetenschappelijke benadering van mentale gezondheid zien we deze sociale dimensie duidelijk terug. Het Trimbos-instituut onderscheidt binnen mentale gezondheid onder andere een sociale component. Daarbij gaat het om erbij horen en meedoen, sociaal functioneren en empathie. Bij sociaal functioneren horen bijvoorbeeld vriendschappen en relaties kunnen aangaan en onderhouden, je gezien voelen, tevreden zijn met je sociale netwerk en een eigen plek in de maatschappij kunnen vinden.
Dat is aanzienlijk meer dan alleen mensen bij elkaar zetten.
Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn
De cijfers maken duidelijk waarom dat onderscheid belangrijk is.
Volgens de meest recente RIVM-cijfers gaf in 2025 10,1 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder aan sterk eenzaam te zijn. Onder volwassenen van 18 tot en met 64 jaar was dat 10,9 procent.
Maar misschien is een ander cijfer nog veelzeggender.
CBS liet over 2024 zien dat weinig sociaal contact weliswaar samenhangt met eenzaamheid, maar dat 67 procent van de mensen die minder dan één keer per week contact hebben met familie, vrienden of buren níét sterk eenzaam is.
Dat vertelt ons iets wezenlijks: het aantal contacten alleen verklaart eenzaamheid niet.
Andersom geldt hetzelfde. Regelmatig mensen ontmoeten betekent niet automatisch dat iemand zich verbonden voelt.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met de gedachte:
eenzaam = te weinig contacten = meer ontmoetingen organiseren.
De werkelijkheid is ingewikkelder.
Van ontmoeting naar verbinding
Ontmoeting blijft belangrijk. Zonder ontmoeting kan immers moeilijk een nieuwe relatie ontstaan. Een activiteit, Social Café, maatjescontact, sportevenement of gezamenlijke maaltijd kan precies het zetje zijn waardoor twee mensen met elkaar in gesprek raken.
Maar ontmoeting is wat mij betreft het begin van een proces, niet het einddoel.
Een ruimte met dertig mensen is nog geen gemeenschap.
Een gesprek is nog geen vriendschap.
Een volle agenda betekent nog niet dat iemand zich gezien voelt.
En één gezellige avond betekent niet automatisch dat iemand de volgende ochtend minder eenzaam wakker wordt.
Daarom zou onze ambitie verder moeten gaan:
van ontmoeten, naar verbinden, naar sociaal gezond(er) worden.
Sociale gezondheid en mentale gezondheid zijn niet hetzelfde
Sociale en mentale gezondheid raken elkaar sterk, maar het is nuttig om onderscheid te maken.
Mentale gezondheid wordt door het RIVM en Trimbos breed omschreven als de manier waarop iemand zich tot zichzelf én anderen verhoudt, met uitdagingen in het dagelijks leven omgaat en hoe dit door de persoon en samenleving wordt ervaren. Daaronder vallen persoonlijke, sociale, functionele en perceptieve componenten.
Wanneer we specifiek over sociale gezondheid spreken, leggen we de nadruk op de kwaliteit van relaties, sociale steun, deelname aan de samenleving, wederkerigheid, erbij horen en het vermogen sociale relaties op te bouwen en te onderhouden.
Je zou het verschil vereenvoudigd zo kunnen zien:
Mentale gezondheid vraagt:
Hoe gaat het met mij? Hoe ga ik om met mijn gedachten, gevoelens, uitdagingen en dagelijks functioneren?
Sociale gezondheid vraagt:
Hoe gaat het met mij in relatie tot anderen? Hoor ik ergens bij, voel ik mij verbonden en lukt het mij om betekenisvolle relaties aan te gaan en te onderhouden?
Die twee werelden zijn niet los van elkaar te zien. Sociale relaties kunnen steun en bescherming bieden voor mentale gezondheid. Trimbos wijst er bijvoorbeeld op dat steun van familie en vrienden mensen kan helpen in moeilijke perioden en dat eenzaamheid samenhangt met mentale gezondheid.
Maar het één is niet automatisch het ander.
Iemand kan psychisch redelijk goed functioneren en tegelijkertijd nauwelijks betekenisvolle relaties hebben. Andersom kan iemand een partner, vrienden, collega's en familie hebben en toch psychische problemen ervaren.
En iemand kan omringd zijn door mensen en zich toch eenzaam voelen.
Waarom 'kom gezellig langs' niet voor iedereen voldoende is
Hier ligt ook een uitdaging voor organisaties die zich bezighouden met ontmoeting en eenzaamheid.
We organiseren een activiteit en nodigen mensen uit. Maar degene voor wie die activiteit misschien het belangrijkst is, moet vervolgens zelf een aantal behoorlijke drempels over.
Je moet je aanmelden.
Je moet besluiten daadwerkelijk te gaan.
Je moet soms alleen een onbekende locatie binnenlopen.
Je moet een gesprek beginnen.
Je moet jezelf durven laten zien.
En wanneer de avond voorbij is, moet je misschien zelf het initiatief nemen om een nieuw contact voort te zetten.
Voor iemand die sociaal zelfverzekerd is, lijken dat kleine stappen. Voor iemand die lang geïsoleerd is geweest of negatieve sociale ervaringen heeft opgedaan, kunnen het enorme stappen zijn.
Daarom is alleen een deur openzetten niet altijd voldoende.
De vraag wordt: wat gebeurt er nadat iemand door die deur is gestapt?
Van deelnemer naar onderdeel van een gemeenschap
Een sociaal gezonde omgeving zou mensen niet uitsluitend moeten behandelen als deelnemers aan activiteiten, maar hen de mogelijkheid moeten geven geleidelijk onderdeel van een gemeenschap te worden.
Dat kan verrassend klein beginnen.
Iemand wordt bij binnenkomst persoonlijk begroet. Een vrijwilliger stelt twee mensen aan elkaar voor. Bij een volgende bijeenkomst wordt iemand herkend. Er ontstaat een appje buiten de activiteit om. Iemand wordt gevraagd te helpen. Later organiseert diezelfde persoon misschien zelf iets.
Dan verandert er iets wezenlijks.
Iemand komt niet langer alleen halen, maar kan ook brengen.
Van bezoeker wordt iemand deelnemer.
Van deelnemer misschien vrijwilliger.
Van iemand die verbinding zocht, wordt iemand die verbinding voor een ander mogelijk maakt.
Dat is sociale gezondheid in de praktijk.
Niet iedereen heeft hetzelfde nodig
Daarbij bestaat er geen standaardrecept tegen eenzaamheid.
Voor de één ontbreekt vooral een grotere kennissenkring: mensen om iets mee te ondernemen of regelmatig te spreken. Voor een ander ontbreekt juist die ene persoon bij wie werkelijk alles besproken kan worden.
CBS maakt in zijn onderzoek dan ook onderscheid tussen sociale en emotionele eenzaamheid. Bij sociale eenzaamheid gaat het onder andere over mensen om je heen hebben met wie je je verbonden voelt en op wie je kunt terugvallen. Emotionele eenzaamheid raakt meer aan gevoelens van leegte, gemis en in de steek gelaten worden.
Dat verschil doet ertoe.
Je kunt iemand die een diep betekenisvolle relatie mist niet simpelweg 'behandelen' met nóg meer groepsactiviteiten. Tegelijkertijd kan iemand die vooral een sociaal netwerk mist juist enorm geholpen zijn met een laagdrempelige gemeenschap waarin steeds dezelfde mensen terugkomen.
We moeten daarom niet alleen vragen:
"Hoe krijgen we meer mensen naar onze activiteiten?"
Maar ook:
"Wat heeft deze persoon nodig om zich daadwerkelijk verbonden te voelen?"
Succes anders gaan meten
Misschien betekent dit ook dat maatschappelijke organisaties anders naar succes moeten kijken.
Honderd bezoekers op een evenement is prachtig. Maar wat gebeurde er daarna?
Zijn er telefoonnummers uitgewisseld?
Heeft iemand een nieuw maatje gevonden?
Durfde iemand na drie bezoeken voor het eerst alleen binnen te komen?
Heeft iemand die eerst stil in een hoek zat later een nieuwe bezoeker welkom geheten?
Zijn mensen elkaar buiten de georganiseerde activiteit gaan ontmoeten?
Is iemand vrijwilligerswerk gaan doen?
Heeft iemand het gevoel gekregen: hier hoor ik bij?
Dat zijn moeilijkere resultaten om in een spreadsheet te zetten. Maar juist daarin kan maatschappelijke waarde zitten.
Wat dit betekent voor Brabant Maatjes
Ook voor een organisatie als Brabant Maatjes is dat een belangrijke gedachte.
Een Social Café, activiteit, maatjesmatch, gezamenlijke maaltijd of sportactiviteit hoeft niet het eindproduct te zijn. Het kan een middel zijn om iets duurzamers te laten ontstaan.
De activiteit creëert de gelegenheid.
De ontmoeting vormt het begin.
De relatie zorgt voor verbinding.
En uiteindelijk hopen we dat mensen voldoende vertrouwen, sociale vaardigheden, contacten en betekenisvolle relaties ontwikkelen om steeds meer zelf vorm te geven aan hun sociale leven.
Dat betekent overigens niet dat een maatschappelijke organisatie de rol van professionele geestelijke gezondheidszorg moet overnemen. Mentale problemen kunnen professionele ondersteuning vereisen.
Juist daarom is het waardevol om duidelijk te zijn over de eigen kracht: een organisatie als Brabant Maatjes kan werken aan omstandigheden waarin mensen elkaar kunnen vinden, mee kunnen doen, van betekenis kunnen zijn en opnieuw een sociaal netwerk kunnen opbouwen.
Misschien moeten we anders naar eenzaamheid kijken
Eenzaamheid volledig uit onze samenleving laten verdwijnen is waarschijnlijk geen realistisch doel. Eenzaamheid is ook een menselijke ervaring. Verlies, verhuizing, scheiding, ziekte, ouder worden of simpelweg veranderingen in het leven kunnen ervoor zorgen dat iemand zich tijdelijk eenzaam voelt.
De maatschappelijke uitdaging is daarom misschien niet uitsluitend om ieder gevoel van eenzaamheid te voorkomen.
De uitdaging is ervoor te zorgen dat mensen mogelijkheden hebben om opnieuw verbinding op te bouwen wanneer die ontbreekt.
Dat er plekken zijn waar je opnieuw kunt beginnen.
Waar niemand vraagt waarom je nog geen vrienden hebt.
Waar het niet vreemd is om alleen binnen te komen.
Waar je eerst gewoon een kop koffie kunt drinken.
Waar iemand je naam onthoudt.
Waar je de tweede keer iemand herkent.
Waar na verloop van tijd niet meer wordt gevraagd: "Ben je hier voor het eerst?"
Maar:
"Hé, fijn dat je er weer bent."
Misschien begint sociale gezondheid precies daar.
Niet bij hoeveel mensen er in een ruimte staan.
Maar bij het moment waarop iemand voelt:
ik hoor hier niet alleen bij omdat ik aanwezig ben — ik hoor hier bij omdat mijn aanwezigheid ertoe doet.